Archief van
Categorie: Formule

LOG

LOG

De formule LOG rekent uit wat het logaritme van een getal is. Dit kan door middel van het opgegeven grondgetal. Toepassing =LOG(getal;[grondtal]) Getal: Geef hier het getal op. Grondtal: Geef hier het grondgetal op. Bijvoorbeeld Voor dit voorbeeld gebruiken we het getal 52. Dan krijgen we de volgende formule:=LOG(52) Het antwoord is dan 1,72. Afgerond op 2 decimalen met de formule AFRONDEN

LN

LN

De formule LN rekent uit wat het natuurlijke logaritme van een getal is. Natuurlijke logaritmen bestaan uit het grondgetal e (2,71828182845904). Toepassing =LN(getal) Getal: Geef hier het getal op. Dit is niet verplicht, als je dit niet invult wordt er uitgegaan van 10. Opmerking LN is de inverse functie van EXP. Bijvoorbeeld Voor dit voorbeeld gebruiken we het getal 52. Dan krijgen we de volgende formule:=LN(52) Het antwoord is dan 3,95. Afgerond op 2 decimalen met de formule AFRONDEN

LOG10

LOG10

De formule LOG10 rekent uit wat het logaritme van een getal is. Op basis van het grondgetal 10. Voor het logaritme uit te rekenen met een ander grondgetal kan je de formule LOG gebruiken. Toepassing =LOG10(getal) Getal: Geef hier het getal op. Bijvoorbeeld Voor dit voorbeeld gebruiken we het getal 52. Dan krijgen we de volgende LOG10 formule:=LOG10(52) Het antwoord is dan 1,72. Afgerond op 2 decimalen met de formule AFRONDEN.

REST

REST

De formule REST geeft aan welk restgetal er nog overblijft bij een deel som. Het restgetal en deelgetal zijn beide positief of negatief. Toepassing =REST(getal;deler) Getal: Geef hier het getal op. Deler: Geef hier de deler op. Opmerking #DEEL/0! wordt weergegeven als getal of deler gelijk is aan 0. Bijvoorbeeld Bij dit voorbeeld willen we het restgetal weten bij de som 6:5. Dan krijgen we dus deze REST formule:=REST(6;5) Het antwoord is dan 1.

AFRONDEN.N.VEELVOUD

AFRONDEN.N.VEELVOUD

Met de formule AFRONDEN.N.VEELVOUD rondt je getallen af op een veelvoud. Toepassing =AFRONDEN.N.VEELVOUD(getal;veelvoud) Getal: Dit is het getal dat afgerond moet worden. Hier kan je zelf een getal invullen of het kan een celverwijzing bevatten Veelvoud: Het veelvoud waar je op af wilt ronden Bijvoorbeeld Bij dit voorbeeld gaan we het getal 25 naar veelvoud afronden en dan op tientallen. Hierbij krijgen we deze formule:=AFRONDEN.N.VEELVOUD(25;10) Het antwoord is dan 30.

EENHEIDMAT

EENHEIDMAT

De formule EENHEIDMAT laat als resultaat de eenheidsmatrix van een opgegeven dimensie zien. Toepassing =EENHEIDMAT(dimensie) Dimensie: De dimensie. Opmerking #WAARDE! wordt weergegeven als dimensie gelijk is aan 0 of kleiner isndan 0. Bijvoorbeeld Bij dit voorbeeld is de dimensie 2. Als we dit omzetten in een formule dan krijg je de volgende EENHEIDMAT formule:=EENHEIDMAT(2) Het antwoord is dan 1.

PI

PI

De formule PI geeft het gelijknamige getal weer. Dit is het getal 3,14159265358979 en is op 15 cijfers nauwkeurig. Toepassing =PI() Hierbij zijn er geen argumenten, omdat hierbij alleen het 15 cijferige getal wordt weergegeven. Bijvoorbeeld Bij dit voorbeeld laten we zien wat de formule PI precies doet.=PI() Deze formule kan alleen dit resultaat weergeven en verder niet veel: 3,14159265358979.

QUOTIENT

QUOTIENT

De formule QUOTIENT laat de uitkomst van een deling met gehele getallen zien. Toepassing =QUOTIENT(teller;noemer) Teller: Het getal dat je wilt delen. Noemer: Het getal waardoor je wilt delen. Opmerking #WAARDE! wordt weergegeven als een argument geen numerieke waarde bevat. Bijvoorbeeld Bij dit voorbeeld is de teller 113 en de deler 5. We krijgen dan deze QUOTIENT formule:=QUOTIENT(113;5) Het antwoord is dan 22.

PRODUCT

PRODUCT

De formule PRODUCT zorgt dat alle opgegeven getallen worden vermenigvuldigd. Ze moeten dan wel aan een bepaalde voorwaarde voldoen. Toepassing =PRODUCT(getal) Getal: Geef hier het getal op. Opmerking Je kan tot wel 255 keer getal herhalen, gescheiden door een puntkomma (;). Bijvoorbeeld Kopieer onderstaande tabel naar Excel om het voorbeeld te volgen. We gebruiken onderstaande PRODUCT formule:=PRODUCT(A1:B2) De uitkomst is 0,3.

RADIALEN

RADIALEN

De formule radialen converteert opgegeven graden van een hoek naar radialen. Toepassing =RADIALEN(hoek) Hoek: De opgegeven graden van de hoek die omgezet dienen te worden. Bijvoorbeeld Voor dit voorbeeld is de hoek 299 graden. Deze willen we gaan converteren en dan krijgen we deze RADIALEN formule:=RADIALEN(299) Het antwoord bij dit voorbeeld is dan 5,22. Afgerond op 2 decimalen door middel van de formule AFRONDEN.